Wat het algoritme doet
Sinds 1 januari 2023 worden BPM-aangiftes geautomatiseerd gescreend. Aangiftes die volgens het algoritme afwijken, gaan direct in de werkvoorraad "naheffen". Geen voorafgaande beoordeling door een medewerker. Geen kans voor de aangever om eerst te reageren. De naheffing volgt, en daarna mag u bezwaar maken.
Uit interne memo's van de Belastingdienst, publiek geworden via een Woo-besluit, blijkt dat de dienst bewust kiest voor "dynamische en flexibele weegregels" om "onvoorspelbaar naar de markt te kunnen zijn". In gewoon Nederlands: de Belastingdienst zit zelf aan de knoppen. De parameters kunnen worden bijgesteld zonder dat buitenstaanders zien waarop gestuurd wordt, en zonder voorafgaande toetsing op discriminatie of overheffing.
Waarom dat juridisch problematisch is
Artikel 110 VWEU verbiedt lidstaten om op een ingevoerd voertuig meer belasting te heffen dan op een soortgelijk voertuig dat al in Nederland op kenteken staat. Vaste Europese jurisprudentie. Vaste Nederlandse rechtspraak. Er mag niet meer geheven worden.
De Hoge Raad heeft op 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:440) nog eens bevestigd dat een naheffing BPM gedeeltelijk in strijd met artikel 110 VWEU kan zijn. De inspecteur moet bij naheffing ambtshalve toetsen of de grondslag die leidt tot de laagste BPM wordt toegepast. Dat is dus actieve controleplicht op te hoge heffing, niet andersom.
Het algoritme "Wegenrisico's" is precies omgekeerd gebouwd. Het detecteert verschillen tussen aangifte en RDW-registratie en genereert automatisch naheffingsvoorstellen, met als resultaat een hogere BPM-afdracht. Van een structurele toetsing op overheffing is in de beschikbare stukken geen spoor.
Daar komt bij dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1320, 1321 en 1322) heeft geoordeeld dat de RDW-werkwijze om bij herregistratie van een ingevoerd voertuig de hoogste CO2-waarde uit de typegoedkeuring-range te kiezen, in strijd is met het doel en de strekking van het geharmoniseerde Europese typegoedkeuringsstelsel. Die RDW-waarde is juist de invoer waarop "Wegenrisico's" werkt.
Wat de AP deed
De AP besloot in april 2026 de klacht niet individueel te onderzoeken. De klacht wordt slechts "als signaal" meegenomen in een verbetertraject bij de Belastingdienst dat doorloopt tot eind 2027. Tot die tijd blijven de naheffingen staan en blijft het algoritme draaien.
Ondertussen heeft dezelfde AP in augustus en november 2025 zelf vastgesteld dat voor meer dan honderd selectie-instrumenten van de Belastingdienst de onderbouwing ontbreekt of niet gedocumenteerd is. Eén van die instrumenten is "Wegenrisico's". Eind 2024 legde de AP een boete op aan DUO voor een vergelijkbaar geautomatiseerd risicosysteem. Bij de Belastingdienst wordt met dezelfde feiten geen handhaving ingezet.
Wat het bezwaar vraagt
Het bezwaarschrift, ingediend door mr. R. Lammers van Recht Zeker, telt elf gronden. De vier dragende gronden: geen toetsing aan artikel 22 AVG, geen behandeling van de EU-rechtelijke gronden waaronder artikel 110 VWEU, geen actuele DPIA terwijl de verwerking in 2023 wezenlijk is gewijzigd, en een oordeel gevormd zonder raadpleging van de publiek beschikbare Weegregels-memo's.
Gevraagd wordt om herroeping van het AP-besluit, alsnog individuele en inhoudelijke behandeling van de klacht, en een handhavingsbesluit dat het gebruik van "Wegenrisico's" stilzet totdat de Belastingdienst kan aantonen dat aan de AVG wordt voldaan. Subsidiair: een boete.
Parallel loopt sinds oktober 2025 een procedure bij DG TAXUD van de Europese Commissie (CPLT(2025)00483) over ontmoediging van de BPM-taxatiemethode door de Nederlandse Belastingdienst. Het AP-besluit is als extra informatie aan dat dossier toegevoegd.
Wat dit betekent voor uw BPM-naheffing
Heeft u tussen 2023 en nu een BPM-naheffing ontvangen waarbij "Wegenrisico's" mogelijk een rol heeft gespeeld? Dan staat uw dossier juridisch sterker dan op het eerste gezicht lijkt. Een naheffing die voortvloeit uit een controle waarvan de selectie berust op een instrument dat zonder wettelijk verplichte DPIA in gebruik is genomen, en waarbij niet aantoonbaar sprake is van betekenisvolle menselijke tussenkomst, staat juridisch op losse schroeven.
Het is verstandig om uw dossier opnieuw te laten beoordelen door een ROTA-erkende taxateur en mr. R. Lammers van Recht Zeker, met expliciete toetsing op art. 22 AVG en art. 110 VWEU. Dat zijn precies de gronden die nu in bezwaar worden gevoerd.