Wat is er aan de hand?
Op vrijwel alle BPM-naheffingen staat één en dezelfde naam: een algemeen directeur van een afdeling van de Belastingdienst. Die ene persoon kan natuurlijk onmogelijk al die duizenden besluiten zelf nemen. In werkelijkheid zet een computer of een andere medewerker zijn naam onder de brief.
De wet (artikel 10:3 lid 3 Algemene wet bestuursrecht) verbiedt dat de persoon die uw naheffing heeft opgelegd óók beslist over uw bezwaar tegen die naheffing. Dit heet het mandaatverbod. De gedachte erachter is simpel: iemand mag niet zijn eigen werk controleren. Een frisse blik is verplicht.
En precies dat is het probleem. Als de Belastingdienst niet kan aantonen wie nu echt uw aanslag heeft opgelegd en wie écht uw bezwaar heeft behandeld, kan de rechter niet controleren of het mandaatverbod is nageleefd. In de zaak van 18 mei 2026 reageerde de Belastingdienst helemaal niet op deze grond. De rechter trok daaruit de conclusie: uitspraak vernietigd.
Twee uitspraken, één dag, tegengesteld resultaat
Op 18 mei 2026 deed Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak in twee BPM-zaken met dezelfde mandaatgrond. De Belastingdienst won er één en verloor er één. Het verschil: in de eerste zaak zweeg de inspecteur, in de tweede kon hij wél laten zien wie de behandelaar was. De bewijsvoering bepaalde de uitkomst.
Belastingdienst reageerde niet op de mandaatgrond. Uitspraak op bezwaar vernietigd, proceskosten en griffierecht vergoed, nieuwe behandeling.
Lees de uitspraak →Belastingdienst kon de behandelaar wél benoemen. Mandaatgrond gepasseerd. Het verschil met de andere zaak: de bewijsvoering, niet het recht.
Lees de uitspraak →Bevestiging van een groter probleem
Deze uitspraak raakt aan iets veel groters. Als de Belastingdienst niet kan aantonen wie uw aanslag heeft opgelegd, is dat een sterke aanwijzing dat het besluit (geheel of grotendeels) door een geautomatiseerd systeem is genomen, zonder echte menselijke tussenkomst.
Stichting ROTA en branche-juristen stellen dit patroon al langer aan de orde. Onder artikel 22 AVG mag een burger niet worden onderworpen aan een uitsluitend geautomatiseerd besluit met aanmerkelijke gevolgen, zoals een naheffing. Lopende procedures (waaronder een EU-klacht bij DG TAXUD en een AVG-klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens over het BPM-Wegenrisico-algoritme) richten zich op precies dit punt.
De uitspraak van 18 mei 2026 bevestigt het patroon: namen onder besluiten zijn niet altijd terug te voeren op een echte beslisser. Daar zit de juridische zwakte van de huidige BPM-uitvoering, en daar zit ook uw kans als aangever.
Belangrijk om te weten
De naheffing zelf wordt door deze uitspraak niet vernietigd. De Belastingdienst moet uw bezwaar opnieuw behandelen, betaalt uw proceskosten en het griffierecht terug. Inhoudelijk gaat de discussie over uw BPM dus gewoon door, maar u krijgt een tweede kans, kostenvergoeding en tijdwinst.