Verwarring tussen twee totaal verschillende methodes

De hele discussie wordt vertroebeld omdat één term, "herleiding", voor twee compleet verschillende methodes wordt gebruikt:

Wat de Hoge Raad heeft afgekeurd Wat het EU-recht juist verplicht
Fictieve herrekening uit historische BPM zonder marktbasis Vergelijking met daadwerkelijk geregistreerde Nederlandse voertuigen
Rekenmodel zonder gelijksoortigheidstoets Toetsing op essentiële punten (Richtlijn 2007/46/EG)
Kunstmatig BPM-bedrag op aangifte Aantoonbaar laagste rest-BPM in de referentiegroep

Ruim 220 uitspraken op rechtspraak.nl gaan over de eerste kolom. Geen ervan verbiedt de tweede.

Wat artikel 110 VWEU werkelijk doet

Artikel 110 VWEU verbiedt dat een ingevoerd voertuig zwaarder wordt belast dan een vergelijkbaar voertuig dat al in Nederland staat. Het Hof van Justitie heeft dat in C-437/12 (X-arrest) bevestigd: de inspecteur is verplicht het laagste rest-BPM-bedrag in de vergelijkingsgroep toe te passen.

De Hoge Raad heeft dit doorgetrokken in twee belangrijke arresten:

  • HR 24-03-2023 (ECLI:NL:HR:2023:440): de "kan-bepaling" van art. 10b Wet BPM is geen keuze. De inspecteur moet ambtshalve de gunstigste heffingsmaatstaf toepassen.
  • HR 02-02-2024 (ECLI:NL:HR:2024:147): bij discriminatie blijft de Wet BPM buiten toepassing. EU-recht gaat boven nationaal beleid.

In 2025 ging de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:1977) verder: een daadwerkelijk geregistreerd referentievoertuig dat op alle essentiële punten gelijksoortig is, is genoeg om de naheffing onderuit te halen. Sinds ABRvS 18-03-2026 (uitspraak 1320/1321/1322) geldt het RDW-kentekenregister bovendien als volwaardig bewijs voor CO2-verificatie en gelijksoortigheid.

Waarom koerslijst-only en standaard schade-aftrek juist risicovol zijn

Wie vertrouwt op de methodes die nu als "veilig alternatief" worden aangeprezen, loopt het grootste risico. Twee voorbeelden:

Koerslijst-only zonder gelijksoortigheidstoets

  • Een koerslijst is een statistisch gemiddelde, geen onderbouwing. De inspecteur kan probleemloos een andere koerslijst pakken en herrekenen.
  • Bij beroep zoekt de rechter naar vergelijking met feitelijk geregistreerde voertuigen op essentiële punten (Richtlijn 2007/46/EG). Een koerslijst levert die toets niet.
  • Resultaat: koerslijst sneuvelt, DET-tabel wordt opgelegd, klant betaalt bij.

Schade afschrijven op 100% of 72% van de koerslijstwaarde

  • Dit is een rekenkundige methode: handelsinkoopwaarde uit een koerslijst, daar 100% of 72% van de schadecalculatie van aftrekken. Geen onderbouwing van waardevermindering, maar een formule.
  • De Belastingdienst hertaxeert dit standaard met argumenten als "schade is bedrijfsmatig herstelbaar tegen lagere kosten" of "geen waardedrukkend effect aangetoond na herstel".
  • Bij beroep ontbreekt de gelijksoortigheidstoets en het referentievoertuig. Het rapport biedt geen aanknopingspunt om terug te vechten.

Wat een verdedigbaar rapport in 2026 minimaal bevat

  1. Gelijksoortigheidstoets op de essentiële punten van Richtlijn 2007/46/EG: typegoedkeuring, motoruitvoering, brandstof, CO2 (NEDC en WLTP), uitrusting, leeftijd, kilometerstand.
  2. Daadwerkelijke referentievoertuigen uit het RDW-kentekenregister. Geen abstracties, geen fictie, geen "vergelijkbare uitvoering volgens koerslijst".
  3. Berekening van het laagste rest-BPM in de referentiegroep volgens H.B. = bruto nieuw × (taxatiewaarde / catalogusprijs), met expliciete vergelijking tegen het laagst voorkomende rest-BPM-niveau.
  4. Schadecalculatie per onderdeel met arbeidsuren en onderdeelprijzen via Audatex of SilverDAT. Geen platte percentage-aftrek van 100% of 72%.
  5. Expliciet beroep op art. 110 VWEU en de relevante jurisprudentie: HvJ C-437/12, HR 2023:440, HR 2024:147, RBNNE 2025:1977, ABRvS 2026:1320/1321/1322.

Wie dit niet levert, levert geen rapport. Die levert een naheffing in de wachtkamer.

De kern

Iedereen die u waarschuwt voor "herleiding" zonder uit te leggen dat artikel 110 VWEU u juist verplicht recht geeft op vergelijking met geregistreerde Nederlandse voertuigen, vertelt het halve verhaal. Het halve verhaal kost u geld. Niet aan de Belastingdienst aan de voorkant, maar aan de naheffing achteraf.

De vraag voor uw autobedrijf is niet of uw taxateur "herleidt", maar of uw rapport de toets van art. 110 VWEU doorstaat. Onderbouwde marktvergelijking met geregistreerde Nederlandse voertuigen is geen risico, het is de enige juridisch houdbare verdediging.